Vissen 
Hij spande al zijn krachten in en.... daar lag een enorme zeebrasem in de boot! Het was zo'n prachtig dier dat de visser er verbaasd naar bleef kijken...... Het vreemdst echter vond hij de ogen. Die waren zo vol uitdrukking en keken Urashima zo treurig aan, dat hij er niet toe kon komen de vis te doden. Toch zou het jammer zijn deze wonderlijke vangst gewoon op de markt te verkopen...
Uit: "Japanse sprookjes"bewerkt door Marijke van Raephorst. Uitgeverij N. Kluwer, Deventer, 1971.
